martes, 18 de agosto de 2026

Belgische Metaalarchitectuur in Costa Rica deel 3 / Arquitectura metálica belga en Costa Rica, Parte 3

 

De derde toepassing in de ijzerarchitectuur  dixit doctor Geraldo Gomes da Silva  is het plaatijzer, aanvankelijk gebruikt bij het omsluiten  en afdekken van gebouwen. Hieronder enkele voorbeelden van deze toepassing in Costa Rica.

-Nationaal Theater.

Dit gebouw werd tussen 1890 en 1897 opgetrokken uit baksteen met een stenen fundering en bekleed met graniet en marmer. De geribbelde koepel, een gemengde constructie van metaal en hout,  heeft een rechthoekige basis gevormd door verticale wanden die boven het dak van het gebouw uitsteken. De buitenkant van de wanden is bedekt met zinken platen die als visschubben over elkaar werden gelegd. Deze ijzeren platen werden geperst en gegalvaniseerd volgens het systeem Danly en geproduceerd door de S.A. Forges d’Aiseau.

Nog even vermelden dat Nicolás Chavarría Mora, een ingenieur afgestudeerd aan de Katholieke Universiteit van Leuven en tussen 1890 en 1894  directeur-generaal van de Algemene Directie van Openbare Werken één van de ontwerpers was van de eerste plannen van het Nationaal Theater. 


Luchtfoto van het Nationaal Theater / Fotografía aérea del Teatro Nacional  (foto: Paul Maeyaert)

-de rode metalen kerk van Grecia.

Door zijn studies aan de KUL had Alejo Jiménez Bonnefil, een succesvolle koffieproducent en exporteur in Grecia en omstreken, sterke banden met België. Daardoor werd hij door de Katholieke Kerk en de Costa Ricaanse overheid belast met het vinden van een bedrijf dat een seismisch bestendige kerk in Grecia kon bouwen.  Hij contacteerde het Belgische bouwbedrijf “Usines Métallurgiques du Hainaut” gevestigd in Couillet nabij Charleroi om een metalen constructie te fabriceren en hij zorgde ook voor de import hiervan.

In oktober 1892 kwamen de eerste metalen stukken vanuit de haven van Antwerpen aan in Limón samen met de onderdelen voor het Metalen Gebouw en dit als besparing op de vervoerkosten. Het schip was van de vooraanstaande Londense scheepvaart- en handelsfirma Le Lacheur & Co. beroemd in Costa Rica vanwege de oprichting van de eerste directe koffiehandelsroute naar Europa.

Eens uitgeladen vertrok het materiaal per spoor naar Alajuela waar het in ossenkarren en -wagens werd geladen om het laatste traject van 21 kilometer naar Grecia te overbruggen. De wagens hadden minimum 3-4 tot soms  14 ossenspannen nodig om het zware materiaal over het ruige terrein tussen Alajuela en Grecia te krijgen. Elke trip nam ongeveer een week in beslag.

Het materiaal werd voor 2 jaar bewaard in wat nu het Centrale Park van Grecia is tot de nodige fondsen en de aannemers of ingenieurs werden gevonden die de kerk konden assembleren.

De kerk van Grecia bestaat uit een ijzeren structuur die aan de binnen- en buitenkant zo met vlakke ijzerplaten is bedekt dat men slechts van dichtbij het materiaal kan identificeren. Er waren 8 hijstoestellen nodig om deze zware metalen platen op hun plaats te krijgen. De kerk werd volledig voltooid in december 1897 en heeft als officiële naam de Onze-Lieve-Vrouwe van Mercedeskerk.



Er zijn nog andere kerken in Costa Rica met uit België geïmporteerd metaal:

-de María Auxiliadora kerk in Cartago, gebouwd na de aardbeving van 1910.

-de kerk van de Heilige Gabriel in Aserrí, gebouwd in 1910 met een combinatie van hout en gegalvaniseerd metaal.

-  de kerk van de Heilige Vicente Ferrer in Moravia van architect Lesmes Jiménez Bonnefil.

- de kerk van de Heilige Thérèse van het kind Jezus in San José. Voor de constructie hiervan in de jaren 1920 werd gebruik gemaakt van een technologische innovatie: gewapend beton in combinatie met een staalconstructie.

- de oude kerk van de Heilige Ignatius in Acosta (San José), gebouwd begin 20ste eeuw maar intussen al geruime tijd afgebroken en vervangen door een moderne kerk.  

Andere bouwwerken in San José met geïmporteerd metaal uit België zijn onder andere het gebouw van de Alliance Française, “La Alhambra”, het eerste flatgebouw van het land, geïnspireerd op het beroemde paleis in Granada en het Sint-Johannes van Godziekenhuis. Na de aardbevingen van 1924 werd besloten tot een algemene reconstructie van dit hospitaal, inclusief de uitbreiding van de fysieke voorzieningen met nieuwe kamers, gebaseerd op een ijzeren structuur. Deze werd geleverd door de firma “Devos & Baugniet” uit Antwerpen.


Alliance Française / Alianza Francesa

La Alhambra

De introductie van ijzer als structureel element en dakbedekking luidde een onmiskenbare revolutie in binnen de architectuurgeschiedenis. Deze mondiale ontwikkeling werd weliswaar gestuit door de Eerste Wereldoorlog en de opkomst van gewapend beton, maar de historische waarde van de ijzerarchitectuur blijft significant. Een treffend voorbeeld van de Belgische bijdrage aan deze stroming zijn de bouwwerken van S.A. Forges d’Aiseau, die gebruik maakten van het gepatenteerde Danly-systeem.

De infrastructurele efficiëntie van deze architectuur manifesteerde zich met name in Midden-Amerika; vanwege de hoge seismische activiteit bleek de metaalconstructie een betrouwbaar alternatief. In San José resulteerde dit in een wijdverbreid gebruik van metalen dakbedekking. In Cartago, een naburige stad, leidde dit destijds tot een specifieke bouwstijl waarbij houten woningen werden bekleed met metalen platen. Deze platen imiteerden extern het metselwerk, terwijl ze intern fungeerden als drager van verfijnde decoratieve motieven. Hoewel de exacte herkomst van deze materialen niet historisch gedocumenteerd is, kan het gebruik ervan gestimuleerd geweest zijn door het voorbeeld van de import van Belgische ijzerarchitectuur.

 

Arquitectura metálica belga en Costa Rica, Parte 3

 

La tercera aplicación del hierro en la arquitectura, según el doctor Geraldo Gomes da Silva, corresponde a la chapa de hierro, empleada en un principio para el cerramiento y el revestimiento de edificaciones. A continuación, se presentan algunos ejemplos de esta aplicación en Costa Rica:

-Teatro Nacional.

Este edificio se levantó entre 1890 y 1897 con ladrillo sobre cimientos de piedra y posteriormente fue revestido con granito y mármol. Su cúpula nervada, de estructura mixta de metal y madera, se apoya sobre una base rectangular compuesta por muros verticales que sobresalen por encima de la cubierta. En el exterior, dichos muros están recubiertos con placas de zinc superpuestas, dispuestas como escamas de pez. Estas placas de hierro fueron prensadas y galvanizadas según el sistema Danly y fabricadas por S.A. Forges d’Aiseau.

También conviene señalar que Nicolás Chavarría Mora, ingeniero graduado de la Universidad Católica de Lovaina (UCL) y Director General de la Dirección General de Obras Públicas entre 1890 y 1894, participó en el diseño de los primeros planos del Teatro Nacional.


Teatro Nacional / Nationaal Theater (foto: Manuel Gómez Miralles 1922)

-Iglesia de Grecia, de metal rojo.

Gracias a sus estudios en la UCL, Alejo Jiménez Bonnefil, destacado productor y exportador de café en Grecia y sus alrededores, mantenía estrechos vínculos con Bélgica. Por ello, la Iglesia Católica y el gobierno costarricense le encomendaron la tarea de encontrar una empresa capaz de construir en Grecia una iglesia resistente a los simos. Entonces, se puso en contacto con la firma belga Usines Métallurgiques du Hainaut, con sede en Couillet, cerca de Charleroi, para encargar la fabricación de la estructura metálica y gestionar también su importación.

En octubre de 1892, las primeras piezas de metal llegaron a Limón desde el puerto de Amberes, junto con los componentes del Edificio Metálico, con el propósito de reducir los gastos de transporte. El barco pertenecía a la reconocida naviera y firma comercial londinense Le Lacheur & Co., célebre en Costa Rica por haber inaugurado la primera ruta comercial directa del café hacia Europa.

Una vez descargado, el material se transportó en tren hacia Alajuela; allí fue transferido a carretas y carros tirados por bueyes para cubrir los 21 kilómetros finales hasta Grecia. Debido al peso de la carga y al terreno accidentado entre ambas localidades, cada vagón requería entre 3 y 4 yuntas de bueyes, e incluso hasta 14 en algunos casos. Cada viaje duraba aproximadamente una semana.

El material permaneció almacenado durante dos años en el lugar que hoy ocupa el Parque Central de Grecia, hasta que se obtuvieron los fondos y se contrataron los ingenieros o contratistas necesarios para levantar la iglesia.

La Iglesia de Grecia está formada por una estructura de hierro recubierta, tanto en el interior como en el exterior, con planchas lisas de hierro, de modo que el material solo puede distinguirse al observarlo de  cerca. Para instalar estas pesadas láminas metálicas fue necesario utilizar ocho polipastos. La obra quedó terminada en diciembre de 1897 y lleva su nombre oficial es Iglesia de Nuestra Señora de Mercedes.

Existen otras iglesias en Costa Rica que incorporaron metal importado de Bélgica:

- La iglesia de María Auxiliadora en Cartago, edificada tras el terremoto de 1910.

- La iglesia de San Gabriel en Aserrí, levantada en 1910 mediante una combinación de madera y metal galvanizado.

- La iglesia de San Vicente Ferrer en Moravia, diseñada por el arquitecto Lesmes Jiménez Bonnefil.

- La iglesia de Santa Teresita del Niño Jesús en San José, construida en la década de 1920 con una innovación tecnológica que combinó hormigón armado y estructura de acero.

- La antigua iglesia de San Ignacio en Acosta, San José, erigida a inicios del siglo XX y posteriormente demolida, siendo sustituida por un templo moderno.

Otras edificaciones de San José que integran metal importado desde Bélgica son el edificio de la Alianza Francesa, «La Alhambra» — considerado el primer edificio de apartamentos del país, inspirado en el célebre palacio granadino — y el Hospital de San Juan de Dios. Después de los terremotos de 1924, se optó por una reconstrucción completa del hospital, que incluyó la ampliación de sus instalaciones con nuevas habitaciones sobre una estructura de hierro suministrada por la firma Devos & Baugniet, de Amberes.


La Alhambra

Hospital San Juan de Dios (foto: Manuel Gómez Miralles 1922)

La revolución que significó el uso del hierro, tanto como elemento estructural como material de revestimiento en la arquitectura, resulta incuestionable. Sin embargo, la expansión de la arquitectura metálica en el mundo se vio limitada por la Primera Guerra Mundial y por el auge del hormigón armado. Aun así, la arquitectura de hierro ocupa un lugar fundamental en la historia de la arquitectura. Esto se observa con especial claridad en las edificaciones realizadas por S.A. Forges d’Aiseau mediante su particular sistema Danly, a través del cual la aportación belga a la arquitectura de hierro dejó una huella propia y significativa.

La eficacia de esta arquitectura se observa con mayor claridad en Centroamérica, donde los terremotos son frecuentes y los edificios han demostrado una notable resistencia a esos movimientos sísmicos. Desde entonces, la mayoría de las construcciones en Costa Rica incorporan techos metálicos.


Coronado (San José)

Cartago, una ciudad cercana, fue edificada en gran medida con casas de madera cubiertas con láminas metálicas, tanto por dentro como por fuera. A simple vista, parecen construcciones de mampostería, aunque en el interior presentan motivos decorativos más elaborados. No se conoce con certeza el origen de estas placas, pero su uso pudo haber estado influido por el ejemplo de la arquitectura de hierro importada desde Bélgica.

 

Bronnen/Fuentes:

Carpe Chepe. (Productor). (2020, 26 de mayo). Edificios Metálicos (No. 9) [episodio de podcast de audio]. En Historias de San José. Spotify.

Castro Jiménez, J.  (1990, 21 de marzo). Origines de la arquitectura metálica en Costa Rica. La República.

Dumoulin, M. (1993). Belgische investeringen in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 283-294). Mercatorfonds.

Fundación Belga-Costarricense [FUBELCO], 1996. La Arquitectura Metálica en Costa Rica, Influencias Belgas y Europeas. Editorial de la Universidad Nacional [EUNA].

Gomes da Silva, G. (1993). Belgische Metaalarchitectuur in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

La Información (1916, 16 de noviembre). Importantes vecinos de San Vicente se manifiestan descontentos por la torcida marcha de algunos de sus asuntos locales.

Mora, J. (2016, 4 de abril). Iglesia de San Gabriel requiere urgente arreglo. El Jornal.

Parroquía de Grecia (s.f.) http://lasmercedesgrecia.es.tl/Nuestra-Historia-.--.--.-.htm

Possemiers, J. (1993). De Belgische handel en scheepvaart op Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

Sicultura (s.f./z.d.). Teatro Nacional de Costa Rica. https://adminsi.cultura.cr/infraestructura/teatro-nacional-de-costa-rica

SINABI.GO.CR. (s.f./z.d.). Chavarría Mora, Nicolás. https://www.sinabi.go.cr/DiccionarioBiograficoDetail/biografia/374

SINABI.GO.CR. (s.f./z.d.). Jiménez Bonnefil, Lesmes. https://www.sinabi.go.cr/diccionariobiografico/biografias/376.html

Van Beeck, G. (1993). Belgische Architecten en Bouwwerken in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

sábado, 15 de agosto de 2026

Arquitectura metálica belga en Costa Rica, Parte 2 / Belgische Metaalarchitectuur in Costa Rica deel 2

 

Según el brasileño Geraldo Gomes da Silva, doctor en estructuras ambientales urbanas por la Universidad de São Paulo, en la arquitectura del hierro pueden distinguirse tres aspectos diferentes, cada uno con rasgos formales propios.

En primer lugar, se encuentra el hierro fundido, que se utilizó ampliamente en vigas, soportes, marquesinas de estaciones, farolas, vallas y pilares, entre otras aplicaciones. Así mismo, sobresalió en los siguientes usos:

- Columnas.

Las columnas de hierro de la Iglesia de San Rafael de Heredia fueron importadas de Bélgica. Además, su arquitecto, Lesmes Jiménez Bonnefil, se graduó como ingeniero civil en la Universidad Católica de Lovaina (UCL), por lo que incorporó al país diversas ideas y conocimientos adquiridos allí.

- Ventanas.

La antigua ferretería Macaya, ubicada en San José, fue proyectada en 1908 por el arquitecto Jaime Carranza Aguilar. Se trata de un edificio de estilo ecléctico, en el que convergen elementos neoclásicos y neobarrocos. Las ventanas del segundo nivel presentan cinco balcones, elaborados con estructuras prefabricadas de hierro fundido importadas de Bélgica. Además, el arquitecto gestionó la importación de casas metálicas prefabricadas provenientes de ese mismo país, que luego comercializó a un precio ventajoso.


La antigua ferretería Macaya / de oude Macaya ijzerwaren winkel (foto : Manuel Gómez Miralles)

-Escaleras y barandillas.

En la Escuela Superior para Señoritas de la capital costarricense, la metalistería aparece sobre todo en las escaleras exteriores, las balaustradas y el patio central. Los pasamanos evidencian los sistemas de ensamblaje y fijación propios de las piezas fabricadas por Ateliers Nicaise & Delcuve, de La Louvière. Asimismo, la tribuna que comunica con la sala de espera de la institución también fue importada desde Bélgica. El arquitecto del edificio fue Lesmes Jiménez Bonnefil.


El Colegio Superior de Señoritas/ Hogere School voor Jonge Dames (foto:Juan Carlos Solano Ramírez)


El Colegio Superior de Señoritas/ Hogere School voor Jonge Dames (foto:Juan Carlos Solano Ramírez)

-Construcción de puentes.

La línea ferroviaria San José-Puntarenas (Ferrocarril al Pacífico) se caracterizó por los  grandes retos técnicos que debió enfrentar, debido al relieve montañoso y a los profundos cauces fluviales que atravesaba. Varios de los puentes de esta vía férrea fueron fabricados por la empresa belga Ateliers de Construction de Jambes-Namur, conocida también como Ateliers de Théophile Finet. Sin embargo, no ha sido posible identificar con precisión a cuál o cuáles puentes alude la referencia. El puente que cruza el río Barranca fue construido en 1907 por otra firma belga: Les Ateliers Metalurgiques de La Sambre (Marchienne-au-Pont). Este puente fue renovado recientemente, por lo que ya no es posible observar su estructura metálica original.


Puente sobre el Río Barranca / brug over de rivier Barranca. (foto:www.delcampe.net)

- Sistemas de alcantarillado.

La Compagnie Générale des Conduites d'Eau de Liège (Compañía General de Aguas de Lieja) tuvo un papel decisivo en la modernización de la infraestructura sanitaria de Costa Rica. Entre finales del siglo XIX y comienzos del XX, sus ingenieros fueron contratados para diseñar, ampliar y modernizar las redes de agua potable y los sistemas de acueductos del país. En particular, el crecimiento de la infraestructura en San José exigió la importación de tecnologías especializadas para la captación y distribución del agua, procedentes de las instalaciones de Lieja.

La empresa estaba dedicada a fabricar tuberías de hierro fundido para compañías de agua y gas y, para el 10 de mayo de 1908, registraba una producción anual superior a 45 millones de kilogramos, destinada a la exportación a distintos países del mundo.

De acuerdo con el doctor Geraldo Gomes da Silva, un segundo uso del hierro se daba en  los elementos estructurales, unidos entre sí para conformar una estructura capaz de soportar grandes cargas y cubrir amplios espacios. Un ejemplo de esta aplicación en Costa Rica es el Edificio Metálico.

A finales del siglo XIX, Costa Rica requirió un edificio adecuado para albergar las instituciones de educación superior de la capital, con capacidad para al menos 800 estudiantes. Debido a la urgencia del proyecto, el gobierno costarricense encomendó a Enrique Palacios, Cónsul General en París, la gestión de un edificio prefabricado en Europa que pudiera ser trasladado por ferrocarril hasta San José. Se eligió el metal como la alternativa más conveniente, por tratarse de un sistema constructivo innovador, seguro y capaz de aportar valor estético a la ciudad.

Los delegados costarricenses recopilaron la información requerida y fueron enviados a ferias comerciales internacionales, entre ellas la Exposición Universal de París de 1889. Esta exposición es célebre porque la Torre Eiffel fue erigida especialmente para la ocasión y, en ese momento, se convirtió en el edificio más alto del mundo.

La empresa belga “S.A. des Forges d’Aiseau” también participó en la exposición de París con un teatro modular cuyo diseño podía ajustarse a las necesidades locales. Toda la estructura podía montarse sin requerir mecánicos especializados, y su instalación seguía una lógica simple y ordenada.

Joseph Danly, considerado el siderúrgico más destacado de su tiempo, ya había construido numerosos edificios relevantes de distintos estilos en el Congo Belga y en  Sudamérica – entre ellos ayuntamientos, mercados, estaciones de tren, iglesias y chalets -, por lo que contaba con una amplia experiencia.

El cónsul general Palacios se mostró convencido e inició los primeros contactos con la empresa belga; sin embargo, estos no se ajustaron a la legislación vigente en ese momento y, por ello, experimentaron retrasos considerables. Tras el fallecimiento del cónsul general en diciembre de 1890, las gestiones fueron asumidas por el marqués Manuel Peralta, ministro plenipotenciario de Costa Rica ante Francia, Bélgica y España.

Dieciséis meses después de la primera propuesta de «S.A. des Forges d’Aiseau», el 1 de agosto de 1891 fue aprobada una cuarta propuesta presentada por el arquitecto belga Charles Thirion. Este arquitecto ejerció una influencia notable en el desarrollo arquitectónico de la región de Verviers (provincia de Lieja) entre finales del siglo XIX y comienzos del XX. Su Gran Teatro de Verviers (1890-1892) sirvió como referente para el Teatro Nacional de San José.


(Foto : GAR-Archives d’architecture afhankelijk van de/dependiendo de la Faculté d’architecture de l’Université de Liège https://gar.archi/funds/thirion_charles/)

El ensamblaje de la escuela se inició en Aiseau en 1892. El director del proyecto ordenó la construcción de tres pequeñas edificaciones de barro, cada una realizada con una técnica distinta: una con doble muro de ladrillo y las otras dos con doble muro metálico, con o sin material aislante. Todo ello tenía como finalidad comprobar qué sistema se ajustaba mejor al clima tropical del edificio. No se conocen los resultados de este experimento.

La fabricación y el montaje preliminar del edificio en Bélgica tomaron ocho meses, hasta septiembre de 1892. Luego, el desmontaje y su traslado al puerto de Amberes demandaron dos meses adicionales. Aunque en un principio se había previsto ensamblarlo en Bélgica para que Manuel Peralta pudiera evaluarlo, esa opción fue finalmente descartada por varias razones.

A finales de 1892, las estructuras, con un peso total de 1000 toneladas, fueron trasladadas en tren desde el puerto de Limón hasta San José. La edificación en Costa Rica, en un terreno próximo al Parque Morazán, se realizó sin la participación de técnicos de fábrica y tomó dos años completos. Finalmente, la obra fue terminada e inaugurada en 1896.


Escuela Edificio Metalico / School Metalen Gebouw (foto: Manuel Gómez Miralles 1922)

La escuela fue edificada con doble pared de placas metálicas. En unas reparaciones recientes, se hallaron cáscaras de café entre ambos muros. El edificio ocupa 2440 m² y se distribuye en dos niveles con planta en forma de U. Un cuarto bloque se sitúa en el patio interior y alberga un auditorio en la planta alta.


La galería cubierta que rodea la planta superior del ‘Edificio Metálico’ / De overdekte galerij om de bovenverdieping van het 'Metalen Gebouw'. (foto: Paul Maeyaert)

La escuela presenta una estabilidad ejemplar, pues ha permanecido en pie hasta la actualidad, 130 años después, a pesar de los numerosos terremotos que han afectado al país. En aquel entonces, el edificio se convirtió con frecuencia en un refugio privilegiado e incluso en un hospital de emergencia.

La escuela se conoce popularmente como Edificio Metálico, aunque su nombre oficial es Escuela Buenaventura Corrales. Esta denominación honra al Secretario General del Ministerio de Educación Pública, en reconocimiento a su apoyo a la reforma educativa. Además, fue él quien propuso la ubicación del centro educativo. La edificación fue declarada Monumento Histórico-Arquitectónico en 1980 y, desde entonces, integra el Patrimonio Nacional de Costa Rica.

 

 Edificio Metálico / Metalen Gebouw. (foto :Juan Carlos Solano Ramírez)

Edificio Metálico / Metalen Gebouw. (foto :Juan Carlos Solano Ramírez)

 Edificio Metálico / Metalen Gebouw. (foto :Juan Carlos Solano Ramírez)

Belgische Metaalarchitectuur in Costa Rica deel 2

Volgens de Braziliaan Geraldo Gomes da Silva, doctor in stedelijke milieustructuren aan de Universiteit van São Paulo, zijn er in de ijzerarchitectuur drie verschillende aspecten te onderscheiden, elk met zijn eigen vormkundige karakteristieken.

In de eerste plaats is er het gietijzer dat maximaal benut kon worden in onder andere balken, draagsteunen, stationsoverkappingen, lantaarnpalen, hekwerken en pilaren. Het kwam tevens tot zijn recht in volgende toepassingen :

-Zuilen.

De ijzeren zuilen van de kerk van San Rafael de Heredia komen uit België. Tevens studeerde de architect van deze kerk, Lesmes Jiménez Bonnefil, af aan de Katholieke Universiteit Leuven als Burgerlijk Ingenieur en nam aldus heel wat ideeën mee naar zijn land.  

-Vensters.

De oude Macaya ijzerwarenwinkel in San José werd in 1908 ontworpen door architect Jaime Carranza Aguilar en is een gebouw in een eclectische stijl dat neoklassieke en   neobarokke elementen combineert. De ramen op de tweede verdieping zijn voorzien van vijf balkons, geconstrueerd met geprefabriceerde gietijzeren constructies geïmporteerd uit België. Uit dit land liet de architect ook geprefabriceerde metalen huizen overkomen die hij dan aan een gunstige prijs verkocht.

-Trappen en leuningen.

In de Hogere School voor Jonge Dames in de Costa Ricaanse hoofdstad is het metaalwerk voornamelijk te vinden op de buitentrappen, balustrades en de centrale binnenplaats. De trapleuningen tonen de montage- en bevestigingssystemen van de elementen die door de Ateliers Nicaise & Delcuve uit La Louvière werden vervaardigd.  Ook de tribune die verbonden is met de wachtruimte van de instelling komt uit België. De architect van dit gebouw is eveneens Lesmes Jiménez Bonnefil.


Hogere School voor Jonge Dames / Colegio Superior de Señoritas (foto: Fernando Zamora)

Ateliers Nicaise et Delcuve, La Louvière - +/- 1904 (Foto : Nels, Bruxelles, Série 4 No 2; Collection: industrie.lu)

-Het bouwen van bruggen.

De spoorlijn San José – Puntarenas (Ferrocarril al Pacifico) stond bekend om de enorme technische uitdagingen die destijds moesten overwonnen worden vanwege het bergachtige terrein en de diepe rivierkloven. Enkele bruggen over deze spoorlijn werden vervaardigd door het Belgische bedrijf “Ateliers de Construction de Jambes-Namur”, in de volksmond ook bekend als de “Ateliers de Théophile Finet”.  Over welke brug of bruggen het precies gaat, hebben we niet kunnen achterhalen. Deze over de rivier Barranca werd in 1907 gebouwd door een andere Belgische onderneming: “Les Ateliers Metalurgiques” uit La Sambre (Marchienne-au-Pont). De brug werd recentelijk gerenoveerd zodat de originele metalen constructie niet meer kan bewonderd worden.


De spoorlijn naar de Pacifische Oceaan / Ferrocarril al Pacifico (foto:www.delcampe.net)

-Rioleringssystemen.

De Compagnie Générale des Conduites d'Eau de Liège (Waterbedrijf van Luik) speelde een historische rol in de ontwikkeling van de sanitaire infrastructuur van Costa Rica. Tussen het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw kregen haar ingenieurs de opdracht om de drinkwaternetwerken en aquaductsystemen van het land te ontwerpen, moderniseren en uitbreiden. De ontwikkeling van de Costa Ricaanse netwerken, met name in de regio San José, vereiste de import van geavanceerde technologieën voor waterwinning en -distributie vanuit de installaties in Luik.

Het bedrijf was een specialist in de productie van gietijzeren buizen voor water- en gasbedrijven en had op 10 mei 1908 een jaarlijkse productie van meer dan 45 miljoen kilogram die naar alle delen van de wereld werden geëxporteerd.

Een tweede toepassing van het ijzer volgens doctor Geraldo Gomes da Silva  kon men terugvinden in de kaderelementen, onderling verbonden tot een structuur om grote gewichten te dragen en grote ruimten te overspannen. Een voorbeeld in Costa Rica van deze toepassing is het Metalen Gebouw.

Aan het einde van de negentiende eeuw ontstond in Costa Rica de behoefte aan een geschikt gebouw om de hogere onderwijsinstellingen van de hoofdstad te huisvesten. Het moest een capaciteit hebben van minstens 800 studenten. Daar het nogal vrij dringend was, gaf de Costa Ricaanse regering de opdracht aan Enrique Palacios, consul generaal in Parijs, om een kant-en-klaar gebouw in Europa te laten ontwerpen dat dan per spoor naar San José zou kunnen vervoerd worden. Er werd metaal gekozen als de beste oplossing, omdat het een nieuw en veilig bouwsysteem was dat de stad bovendien zou verfraaien.

Costa Ricaanse afgevaardigden gingen op zoek naar de nodige informatie en werden naar internationale handelsbeurzen gestuurd waaronder de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs.  Deze is vooral bekend omdat ter gelegenheid ervan de Eiffeltoren werd gebouwd, op dat moment het hoogste gebouw ter wereld.  

Op de Parijse expo was ook het Belgische bedrijf “S.A. des Forges d’Aiseau” aanwezig met een modulair gebouwd theater waarvan het concept kon aangepast worden aan de plaatselijke noden. Het geheel kon geassembleerd worden zonder nood aan ervaren monteurs en de installatie was vrij logisch. Zaakvoerder Joseph Danly, de meest gerenommeerde staalarbeider van zijn tijd, realiseerde al heel wat belangrijke gebouwen in allerlei genres in Belgisch Congo en Zuid-Amerika (stadhuizen, marktgebouwen, treinstations, kerken, chalets) en had aldus heel wat ervaring.

Consul generaal Palacios was overtuigd en startte de eerste besprekingen met de Belgische firma maar deze verliepen niet volgens de toen in voege zijnde wettelijke bepalingen en liepen aldus heel wat vertraging op. Na het overlijden van de consul generaal in december 1890 werden de besprekingen verdergezet door markies Manuel Peralta, gevolmachtigd minister van Costa Rica in Frankrijk, België en Spanje.  

Zestien maanden na het eerste voorstel van “S.A. des Forges d’Aiseau” werd een vierde voorstel van de Belgische architect Charles Thirion op 1 augustus 1891 goedgekeurd. Deze architect had een diepgaande invloed op het architectonische landschap van de regio Verviers (provincie Luik) eind negentiende begin twintigste eeuw.  Zijn Grand Théâtre de Verviers (1890-1892) diende als voorbeeld voor het Nationaal Theater van San José.

De montage van de school werd in Aiseau aangevat in 1892. De leider van het project liet drie gebouwtjes in klei optrekken, elk volgens een andere techniek, één met dubbele bakstenen wanden, de twee andere met dubbele metalen wanden, mét of zonder isolatiemateriaal, dit alles om te testen welke formule het best geschikt was voor de tropische bestemming van het gebouw. De resultaten van dit experiment zijn niet bekend.

De fabricage en voorafgaande montage van het gebouw in België duurde acht maanden (tot september 1892). De ontmanteling en het transport naar de haven van Antwerpen duurde nog eens twee maanden.   Hoewel aanvankelijk was afgesproken het gebouw in België te assembleren zodat het door Manuel Peralta kon worden beoordeeld , werd hier om verschillende redenen van afgezien.

Aan het einde van 1892 werden de constructies met een gewicht van 1000 ton per trein van de haven van Limón naar San José gebracht. De opbouw in Costa Rica op een terrein nabij het Morazán Park gebeurde zonder de hulp van technici van de fabriek en nam twee volle jaren in beslag. Het werk werd uiteindelijk voltooid en ingewijd in 1896.


Luchtfoto van het Metalen Gebouw / foto aérea del Edificio Metálico. (foto: Paul Maeyaert)

De school werd opgetrokken met dubbele wanden, bestaande uit metalen platen. Bij enkele vrij recente herstellingen stootte men tussen de beide wanden op het kaf van koffiebonen. Het gebouw heeft een oppervlakte van 2.440 m2, verdeeld over twee verdiepingen in U-vorm. Op de binnenkoer staat nog een vierde blok met op de bovenste verdieping een auditorium.


Metalen Gebouw / Edificio Metalico (foto : Fernando Zamora)

De school blijkt te beschikken over een voorbeeldige stabiliteit want ze bleef, na 130 jaar,  tot nog toe overeind  tijdens de talrijke aardschokken die het land teisterden. Op die momenten werd de school niet zelden herschapen in een bevoorrecht toevluchtsoord en zelfs in een noodhospitaal.

De school staat bekend als het Metalen Gebouw maar heet officieel “Escuela Buenaventura Corrales”, vernoemd naar de hoofdsecretaris van het Ministerie van Openbaar Onderwijs ter erkenning van zijn werk ter ondersteuning van de onderwijshervorming. Hij stelde tevens de locatie voor van de school die in 1980 werd erkend als Historisch en Architecturaal Monument en sindsdien deel uitmaakt van het Nationaal Patrimonium van Costa Rica.

 

Bronnen/Fuentes:

Bauwens, C. (z.d./s.f.). Thirion Charles Gustave. Guides Archi, Architecture Moderne et Contemporaine en Fédératon Wallonie-Bruxelles.  https://www.guides.archi/fr/intervenants/thirion-charles-gustave

Belgisch Erfgoed in Brazilië. (z.d./s.f.). Danly, Albert Marie Joseph. https://www.memoriasbelgas.com.br/nl/creator/nl/danly-albert-marie-joseph-1839-1899

Carpe Chepe. (Productor). (2020, 26 de mayo). Edificios Metálicos (No. 9) [episodio de podcast de audio]. En Historias de San José. Spotify.

Cascante Segura, C.H. & Sáenz Carbonell, J.F. (2008). Ad ardua per alta: una biografía del Marqués de Peralta. Editorial Universidad de Costa Rica.

Castro Jiménez, J.  (1990, 21 de marzo). Origines de la arquitectura metálica en Costa Rica. La República.

Dumoulin, M. (1993). Belgische investeringen in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 283-294). Mercatorfonds.

Fundación Belga-Costarricense [FUBELCO], 1996. La Arquitectura Metálica en Costa Rica, Influencias Belgas y Europeas. Editorial de la Universidad Nacional [EUNA].

GAR Archives d’Architecure (z.d./s.f.). Thirion Charles.  https://gar.archi/funds/thirion_charles/

Gomes da Silva, G. (1993). Belgische Metaalarchitectuur in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

Hernández Bonilla, E. (s.f./z.d.). Antigua Ferretería Macaya. Sistema de Información Cultural Costa Rica [Sicultura]. https://si.cultura.cr/infraestructura/antigua-ferreteria-macaya

Possemiers, J. (1993). De Belgische handel en scheepvaart op Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

SINABI.GO.CR. (s.f./z.d.). Chavarría Mora, Nicolás. https://www.sinabi.go.cr/DiccionarioBiograficoDetail/biografia/374

SINABI.GO.CR. (s.f./z.d.). Corrales Bermúdez, Buenaventura. https://www.sinabi.go.cr/DiccionarioBiograficoDetail/biografia/326?__cf_chl_f_tk=v2IsBp_NVuP8odUsUkre.Fq6BSX_zRV72T7HB4HyATk-1782911553-1.0.1.1-_6X1dro5FVrHXBHnTgl4sJxVn8PwclsOdJTBnvR3RwA

SINABI.GO.CR. (s.f./z.d.). Jiménez Bonnefil, Lesmes. https://www.sinabi.go.cr/diccionariobiografico/biografias/376.html

Van Beeck, G. (1993). Belgische Architecten en Bouwwerken in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

Vanden Bemden, G. (2018). Forges d’Aiseau (Société des).  BE-Monumen. https://be-monumen.be/patrimoine-belge/forges-d-aiseau-societe-des/

Vanden Bemden, G. (2024). Cie Gle des Conduites d’Eau. Vennes – Liège.  BE-Monumen. https://be-monumen.be/patrimoine-belge/cie-gle-des-conduites-deau-vennes-liege/

 

miércoles, 12 de agosto de 2026

Belgische Metaalarchitectuur in Costa Rica deel 1 / Arquitectura metálica belga en Costa Rica, Parte 1

 

De economische overgang van handmatig naar machinaal vervaardigde goederen staat bekend als de Industriële Revolutie. Deze werd door de Britse familie Cockerill in het begin van de negentiende eeuw naar België gebracht door de bouw in Seraing (nabij Luik) van de eerste hoogovens voor de productie van staal.

Samen met de ontdekking en de ontginning van steenkool en ijzererts in het Waalse bekken (de streek rond Luik en Charleroi) zorgde de metaalindustrie ervoor dat België kon uitgroeien tot het tweede meest geïndustrialiseerde land ter wereld.

De zware metaalnijverheid vormde dan weer vanaf 1835 de basis voor de aanleg van een goed uitgebouwd spoorwegnetwerk in België (het allereerste op het Europese vasteland) wat op zijn beurt zorgde voor een vlot goederenverkeer van grondstoffen en afgewerkte producten.

Op het einde van de negentiende eeuw bereikte de economische crisis in Europa een hoogtepunt. Het ganse werelddeel was voorzien van een spoorwegnet, de industrie  zat zonder nieuwe bestellingen en de tweede industriële revolutie stond al voor de deur. Zodoende ging men op zoek naar andere afzetgebieden en kwamen de Centraal-en Zuid-Amerikaanse landen in het vizier die in die tijd een periode van grote economische ontwikkeling beleefden, gedomineerd door de koffieplantages.

Gelijklopend met de integratie in de wereldmarkt van productie en handel van de Centraal-en Zuid-Amerikaanse landen ontstond er aldaar tevens het ideaal om de tendensen en vormen van de Europese architectuur over te nemen. Een nieuwe elite wilde in de eerste plaats al het noodzakelijke invoeren om te kunnen leven als in de Europese hoofdsteden.

Tot 1890 was koffie het enige exportproduct van Costa Rica. Aan het begin van de twintigste eeuw zorgden allerlei nieuwe machines ervoor dat de verwerkingstijd werd verkort en de koffiekwaliteit werd verbeterd. Vanaf de jaren 1920 ging het transport er aanzienlijk op vooruit waardoor de meeste koffie niet meer per ossenkar diende vervoerd te worden. 


Koffie op weg naar het station / Café de camino a la estación. (foto:www.delcampe.net)

De hoofdstad van Costa Rica kende vanaf het midden van de negentiende eeuw een bevolkingsexplosie en een snelle ontwikkeling van de infrastructuur. Vermits de geïmporteerde geschoolde arbeidskrachten onvoldoende waren om aan de steeds groeiende vraag naar huisvesting te voldoen, was de import van kant-en-klare systemen die aangepast waren aan de plaatselijke klimatologische omstandigheden en ter plaatse werden geassembleerd, de duurste, spectaculairste en snelste oplossing.  

Eén van de specialisten in de productie van geprefabriceerde metalen huizen was de ijzergieterij van de Belgische broers Danly, gelegen te Aiseau (nabij Charleroi). De jongste van de twee, Joseph, was de uitvinder van een naar hem genoemd bouwsysteem dat bestond uit gegalvaniseerde  ijzeren platen die niet werden gegolfd maar wel geperst. De platen wonnen zo aan sterkte, waren functioneel en zorgden voor een meer decoratief uitzicht.


Algemeen zicht op de Forges d’Aiseau / vista general de las Forges d’Aiseau (foto BE Monumen)

Dit constructiemodel werd een succes dankzij de eenvoud van het montagesysteem dat relatief gemakkelijk te transporteren was en ter plaatse kon gemonteerd worden, zelfs door mensen met weinig ervaring, aan de hand van een eenvoudig ontwerp.

Tevens had Danly met zijn systeem reeds de nodige ervaring opgedaan in de Belgische kolonie Kongo waar de geprefabriceerde architectuur  aantoonde dat dergelijke constructies ideaal waren voor warme klimaten en aardbevingsgevoelige gebieden door hun dubbele wand die zowel isolatie als ventilatie bood.

De export  van België naar Centraal- en Zuid-Amerika van ijzeren architectuur-componenten of gehele woningen in ijzer vond voornamelijk plaats tijdens het laatste decennium van de negentiende en het eerste decennium van de twintigste eeuw.  In de volgende twee delen gaan we wat dieper in op de Belgische metaalarchitectuur geëxporteerd naar Costa Rica.


Het historische Atlantisch treinstation in San José, met sierlijke rode pannendaken en klassieke architectonische details, werd gebouwd in 1908 en diende als eindstation voor de Atlantische spoorlijn, die San José verbond met Limón en de Caribische haven / La “Estación del Ferrocarril al Atlántico” en San José, una estación de tren histórica con elegantes techos de tejas rojas y detalles arquitectónicos clásicos, fue construida en 1908 y sirvió como terminal del Ferrocarril Atlántico, que conectaba San José con Limón y el puerto caribeño.

Arquitectura metálica belga en Costa Rica, Parte 1

La Revolución Industrial marcó el paso de una economía basada en la producción manual a otra sustentada en la mecanización. En Bélgica, este proceso se inició a comienzos del siglo XIX con la llegada de la familia británica Cockerill, responsable de instalar los primeros altos hornos para la producción de acero en Seraing, cerca de Lieja.

Junto al descubrimiento y aprovechamiento del carbón y del mineral de hierro en la Cuenca Valona - la zona que abarca Lieja y Charleroi -, la industria metalúrgica impulsó a Bélgica hasta convertirla en el segundo país más industrializado del mundo.

A partir de 1835, la industria metalúrgica pesada permitió establecer las bases de una amplia red ferroviaria en Bélgica -la primera de la Europa continental-, asegurando así el transporte eficiente de materias primas y productos terminados.

A finales del siglo XIX, la crisis económica en Europa se intensificó. Para entonces, el continente ya estaba cubierto por una extensa red ferroviaria, la industria enfrentaba una falta de nuevos pedidos y la segunda revolución industrial comenzaba a perfilarse. Como resultado, se buscó acceso a nuevos mercados, y los países de Centroamérica y Sudamérica adquirieron especial relevancia, pues en ese momento vivían un importante auge económico impulsado por las plantaciones de café.

Al mismo tiempo que los países de Centroamérica y Sudamérica se incorporaban al mercado mundial de producción y comercio, también se consolidó el ideal de adoptar las tendencias y formas de la arquitectura europea. Una nueva élite aspiraba, sobre todo, a importar todo lo necesario para reproducir el estilo de vida de las capitales europeas.

Hasta 1890, el café constituía el único producto de exportación de Costa Rica. Ya a comienzos del siglo XX, la incorporación de nuevas máquinas permitió reducir el tiempo de procesamiento y elevar la calidad del grano. Desde la década de 1920, además, el transporte experimentó mejoras considerables, de modo que la mayor parte del café dejó de trasladarse en carretas tiradas por bueyes.


Cogedores de café / Koffieplukkers (foto:www.delcampe.net)

Desde mediados del siglo XIX, San José, capital de Costa Rica, vivió un fuerte crecimiento demográfico y una expansión acelerada de sus infraestructuras. Ante la insuficiencia de mano de obra especializada para cubrir la creciente demanda habitacional, la importación de sistemas prefabricados, adaptados al clima local y ensamblados en el lugar de construcción, se convirtió en una alternativa costosa, vistosa y rápida. Entre las empresas dedicadas a este tipo de producción destacó la fundición de hierro de los hermanos belga Danly, situada en Aiseau, cerca de Charleroi. El menor de los dos, Joseph, fue el inventor de un sistema constructivo propio, conocido con su apellido, basado en láminas de hierro galvanizado prensadas en lugar de corrugadas, lo que les otorgaba mayor resistencia, funcionalidad y un acabado más ornamental.


Vista general de noreste a suroeste de San José donde se puede distinguir el Teatro Nacional, la Catedral Metropolitana y muy al fondo la Iglesia de la Merced / Algemeen uitzicht van noordoost naar zuidwest op San José, waar u het Nationaal Theater, de Metropolitane Kathedraal en in de verte de kerk van La Merced kunt onderscheiden. (foto: Fernando Zamora)

Este sistema constructivo alcanzó un notable éxito gracias a la simplicidad de su montaje, ya que era fácil de transportar y podía armarse en el lugar de instalación, incluso por personas con poca experiencia, debido a su diseño sencillo. Además, Danly ya contaba con una amplia experiencia en su aplicación en la colonia belga del Congo, donde la arquitectura prefabricada demostró ser especialmente adecuada para climas cálidos y zonas sísmicas, gracias a sus paredes dobles, que ofrecían aislamiento y ventilación.

La exportación de componentes arquitectónicos de hierro e incluso de viviendas completas de hierro desde Bélgica hacia Centroamérica y Sudamérica se desarrolló sobre todo durante la última década del siglo XIX y los primeros años del siglo XX.

En las siguientes dos secciones, se profundizará un poco más en la arquitectura metálica belga exportada a Costa Rica.

 

Bronnen/Fuentes:

Belgisch Erfgoed in Brazilië. (z.d./s.f.). Danly, Albert Marie Joseph. https://www.memoriasbelgas.com.br/nl/creator/nl/danly-albert-marie-joseph-1839-1899

Castro Jiménez, J.  (1990, 21 de marzo). Origines de la arquitectura metálica en Costa Rica. La República.

Dumoulin, M. (1993). Belgische investeringen in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 283-294). Mercatorfonds.

Fundación Belga-Costarricense [FUBELCO], 1996. La Arquitectura Metálica en Costa Rica, Influencias Belgas y Europeas. Editorial de la Universidad Nacional [EUNA].

Gomes da Silva, G. (1993). Belgische Metaalarchitectuur in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

Industriecultuur. (2023, 31 mei). Tweede leven voor Cockerills werkplaatsen in Seraing. https://www.industriecultuur.be/constructeurs/werkplaatsen-cockerill-seraing

Possemiers, J. (1993). De Belgische handel en scheepvaart op Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

Quesada Avendaño, F. (2007). La modernización entre cafetales : San José, Costa Rica, 1880-1930. Instituto Renvall.

Van Beeck, G. (1993). Belgische Architecten en Bouwwerken in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

Vanden Bemden, G. (2018). Forges d’Aiseau (Société des).  BE-Monumen. https://be-monumen.be/patrimoine-belge/forges-d-aiseau-societe-des/