martes, 18 de agosto de 2026

Belgische Metaalarchitectuur in Costa Rica deel 3 / Arquitectura metálica belga en Costa Rica, Parte 3

 

De derde toepassing in de ijzerarchitectuur  dixit doctor Geraldo Gomes da Silva  is het plaatijzer, aanvankelijk gebruikt bij het omsluiten  en afdekken van gebouwen. Hieronder enkele voorbeelden van deze toepassing in Costa Rica.

-Nationaal Theater.

Dit gebouw werd tussen 1890 en 1897 opgetrokken uit baksteen met een stenen fundering en bekleed met graniet en marmer. De geribbelde koepel, een gemengde constructie van metaal en hout,  heeft een rechthoekige basis gevormd door verticale wanden die boven het dak van het gebouw uitsteken. De buitenkant van de wanden is bedekt met zinken platen die als visschubben over elkaar werden gelegd. Deze ijzeren platen werden geperst en gegalvaniseerd volgens het systeem Danly en geproduceerd door de S.A. Forges d’Aiseau.

Nog even vermelden dat Nicolás Chavarría Mora, een ingenieur afgestudeerd aan de Katholieke Universiteit van Leuven en tussen 1890 en 1894  directeur-generaal van de Algemene Directie van Openbare Werken één van de ontwerpers was van de eerste plannen van het Nationaal Theater. 


Luchtfoto van het Nationaal Theater / Fotografía aérea del Teatro Nacional  (foto: Paul Maeyaert)

-de rode metalen kerk van Grecia.

Door zijn studies aan de KUL had Alejo Jiménez Bonnefil, een succesvolle koffieproducent en exporteur in Grecia en omstreken, sterke banden met België. Daardoor werd hij door de Katholieke Kerk en de Costa Ricaanse overheid belast met het vinden van een bedrijf dat een seismisch bestendige kerk in Grecia kon bouwen.  Hij contacteerde het Belgische bouwbedrijf “Usines Métallurgiques du Hainaut” gevestigd in Couillet nabij Charleroi om een metalen constructie te fabriceren en hij zorgde ook voor de import hiervan.

In oktober 1892 kwamen de eerste metalen stukken vanuit de haven van Antwerpen aan in Limón samen met de onderdelen voor het Metalen Gebouw en dit als besparing op de vervoerkosten. Het schip was van de vooraanstaande Londense scheepvaart- en handelsfirma Le Lacheur & Co. beroemd in Costa Rica vanwege de oprichting van de eerste directe koffiehandelsroute naar Europa.

Eens uitgeladen vertrok het materiaal per spoor naar Alajuela waar het in ossenkarren en -wagens werd geladen om het laatste traject van 21 kilometer naar Grecia te overbruggen. De wagens hadden minimum 3-4 tot soms  14 ossenspannen nodig om het zware materiaal over het ruige terrein tussen Alajuela en Grecia te krijgen. Elke trip nam ongeveer een week in beslag.

Het materiaal werd voor 2 jaar bewaard in wat nu het Centrale Park van Grecia is tot de nodige fondsen en de aannemers of ingenieurs werden gevonden die de kerk konden assembleren.

De kerk van Grecia bestaat uit een ijzeren structuur die aan de binnen- en buitenkant zo met vlakke ijzerplaten is bedekt dat men slechts van dichtbij het materiaal kan identificeren. Er waren 8 hijstoestellen nodig om deze zware metalen platen op hun plaats te krijgen. De kerk werd volledig voltooid in december 1897 en heeft als officiële naam de Onze-Lieve-Vrouwe van Mercedeskerk.



Er zijn nog andere kerken in Costa Rica met uit België geïmporteerd metaal:

-de María Auxiliadora kerk in Cartago, gebouwd na de aardbeving van 1910.

-de kerk van de Heilige Gabriel in Aserrí, gebouwd in 1910 met een combinatie van hout en gegalvaniseerd metaal.

-  de kerk van de Heilige Vicente Ferrer in Moravia van architect Lesmes Jiménez Bonnefil.

- de kerk van de Heilige Thérèse van het kind Jezus in San José. Voor de constructie hiervan in de jaren 1920 werd gebruik gemaakt van een technologische innovatie: gewapend beton in combinatie met een staalconstructie.

- de oude kerk van de Heilige Ignatius in Acosta (San José), gebouwd begin 20ste eeuw maar intussen al geruime tijd afgebroken en vervangen door een moderne kerk.  

Andere bouwwerken in San José met geïmporteerd metaal uit België zijn onder andere het gebouw van de Alliance Française, “La Alhambra”, het eerste flatgebouw van het land, geïnspireerd op het beroemde paleis in Granada en het Sint-Johannes van Godziekenhuis. Na de aardbevingen van 1924 werd besloten tot een algemene reconstructie van dit hospitaal, inclusief de uitbreiding van de fysieke voorzieningen met nieuwe kamers, gebaseerd op een ijzeren structuur. Deze werd geleverd door de firma “Devos & Baugniet” uit Antwerpen.


Alliance Française / Alianza Francesa

La Alhambra

De introductie van ijzer als structureel element en dakbedekking luidde een onmiskenbare revolutie in binnen de architectuurgeschiedenis. Deze mondiale ontwikkeling werd weliswaar gestuit door de Eerste Wereldoorlog en de opkomst van gewapend beton, maar de historische waarde van de ijzerarchitectuur blijft significant. Een treffend voorbeeld van de Belgische bijdrage aan deze stroming zijn de bouwwerken van S.A. Forges d’Aiseau, die gebruik maakten van het gepatenteerde Danly-systeem.

De infrastructurele efficiëntie van deze architectuur manifesteerde zich met name in Midden-Amerika; vanwege de hoge seismische activiteit bleek de metaalconstructie een betrouwbaar alternatief. In San José resulteerde dit in een wijdverbreid gebruik van metalen dakbedekking. In Cartago, een naburige stad, leidde dit destijds tot een specifieke bouwstijl waarbij houten woningen werden bekleed met metalen platen. Deze platen imiteerden extern het metselwerk, terwijl ze intern fungeerden als drager van verfijnde decoratieve motieven. Hoewel de exacte herkomst van deze materialen niet historisch gedocumenteerd is, kan het gebruik ervan gestimuleerd geweest zijn door het voorbeeld van de import van Belgische ijzerarchitectuur.

 

Arquitectura metálica belga en Costa Rica, Parte 3

 

La tercera aplicación del hierro en la arquitectura, según el doctor Geraldo Gomes da Silva, corresponde a la chapa de hierro, empleada en un principio para el cerramiento y el revestimiento de edificaciones. A continuación, se presentan algunos ejemplos de esta aplicación en Costa Rica:

-Teatro Nacional.

Este edificio se levantó entre 1890 y 1897 con ladrillo sobre cimientos de piedra y posteriormente fue revestido con granito y mármol. Su cúpula nervada, de estructura mixta de metal y madera, se apoya sobre una base rectangular compuesta por muros verticales que sobresalen por encima de la cubierta. En el exterior, dichos muros están recubiertos con placas de zinc superpuestas, dispuestas como escamas de pez. Estas placas de hierro fueron prensadas y galvanizadas según el sistema Danly y fabricadas por S.A. Forges d’Aiseau.

También conviene señalar que Nicolás Chavarría Mora, ingeniero graduado de la Universidad Católica de Lovaina (UCL) y Director General de la Dirección General de Obras Públicas entre 1890 y 1894, participó en el diseño de los primeros planos del Teatro Nacional.


Teatro Nacional / Nationaal Theater (foto: Manuel Gómez Miralles 1922)

-Iglesia de Grecia, de metal rojo.

Gracias a sus estudios en la UCL, Alejo Jiménez Bonnefil, destacado productor y exportador de café en Grecia y sus alrededores, mantenía estrechos vínculos con Bélgica. Por ello, la Iglesia Católica y el gobierno costarricense le encomendaron la tarea de encontrar una empresa capaz de construir en Grecia una iglesia resistente a los simos. Entonces, se puso en contacto con la firma belga Usines Métallurgiques du Hainaut, con sede en Couillet, cerca de Charleroi, para encargar la fabricación de la estructura metálica y gestionar también su importación.

En octubre de 1892, las primeras piezas de metal llegaron a Limón desde el puerto de Amberes, junto con los componentes del Edificio Metálico, con el propósito de reducir los gastos de transporte. El barco pertenecía a la reconocida naviera y firma comercial londinense Le Lacheur & Co., célebre en Costa Rica por haber inaugurado la primera ruta comercial directa del café hacia Europa.

Una vez descargado, el material se transportó en tren hacia Alajuela; allí fue transferido a carretas y carros tirados por bueyes para cubrir los 21 kilómetros finales hasta Grecia. Debido al peso de la carga y al terreno accidentado entre ambas localidades, cada vagón requería entre 3 y 4 yuntas de bueyes, e incluso hasta 14 en algunos casos. Cada viaje duraba aproximadamente una semana.

El material permaneció almacenado durante dos años en el lugar que hoy ocupa el Parque Central de Grecia, hasta que se obtuvieron los fondos y se contrataron los ingenieros o contratistas necesarios para levantar la iglesia.

La Iglesia de Grecia está formada por una estructura de hierro recubierta, tanto en el interior como en el exterior, con planchas lisas de hierro, de modo que el material solo puede distinguirse al observarlo de  cerca. Para instalar estas pesadas láminas metálicas fue necesario utilizar ocho polipastos. La obra quedó terminada en diciembre de 1897 y lleva su nombre oficial es Iglesia de Nuestra Señora de Mercedes.

Existen otras iglesias en Costa Rica que incorporaron metal importado de Bélgica:

- La iglesia de María Auxiliadora en Cartago, edificada tras el terremoto de 1910.

- La iglesia de San Gabriel en Aserrí, levantada en 1910 mediante una combinación de madera y metal galvanizado.

- La iglesia de San Vicente Ferrer en Moravia, diseñada por el arquitecto Lesmes Jiménez Bonnefil.

- La iglesia de Santa Teresita del Niño Jesús en San José, construida en la década de 1920 con una innovación tecnológica que combinó hormigón armado y estructura de acero.

- La antigua iglesia de San Ignacio en Acosta, San José, erigida a inicios del siglo XX y posteriormente demolida, siendo sustituida por un templo moderno.

Otras edificaciones de San José que integran metal importado desde Bélgica son el edificio de la Alianza Francesa, «La Alhambra» — considerado el primer edificio de apartamentos del país, inspirado en el célebre palacio granadino — y el Hospital de San Juan de Dios. Después de los terremotos de 1924, se optó por una reconstrucción completa del hospital, que incluyó la ampliación de sus instalaciones con nuevas habitaciones sobre una estructura de hierro suministrada por la firma Devos & Baugniet, de Amberes.


La Alhambra

Hospital San Juan de Dios (foto: Manuel Gómez Miralles 1922)

La revolución que significó el uso del hierro, tanto como elemento estructural como material de revestimiento en la arquitectura, resulta incuestionable. Sin embargo, la expansión de la arquitectura metálica en el mundo se vio limitada por la Primera Guerra Mundial y por el auge del hormigón armado. Aun así, la arquitectura de hierro ocupa un lugar fundamental en la historia de la arquitectura. Esto se observa con especial claridad en las edificaciones realizadas por S.A. Forges d’Aiseau mediante su particular sistema Danly, a través del cual la aportación belga a la arquitectura de hierro dejó una huella propia y significativa.

La eficacia de esta arquitectura se observa con mayor claridad en Centroamérica, donde los terremotos son frecuentes y los edificios han demostrado una notable resistencia a esos movimientos sísmicos. Desde entonces, la mayoría de las construcciones en Costa Rica incorporan techos metálicos.


Coronado (San José)

Cartago, una ciudad cercana, fue edificada en gran medida con casas de madera cubiertas con láminas metálicas, tanto por dentro como por fuera. A simple vista, parecen construcciones de mampostería, aunque en el interior presentan motivos decorativos más elaborados. No se conoce con certeza el origen de estas placas, pero su uso pudo haber estado influido por el ejemplo de la arquitectura de hierro importada desde Bélgica.

 

Bronnen/Fuentes:

Carpe Chepe. (Productor). (2020, 26 de mayo). Edificios Metálicos (No. 9) [episodio de podcast de audio]. En Historias de San José. Spotify.

Castro Jiménez, J.  (1990, 21 de marzo). Origines de la arquitectura metálica en Costa Rica. La República.

Dumoulin, M. (1993). Belgische investeringen in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 283-294). Mercatorfonds.

Fundación Belga-Costarricense [FUBELCO], 1996. La Arquitectura Metálica en Costa Rica, Influencias Belgas y Europeas. Editorial de la Universidad Nacional [EUNA].

Gomes da Silva, G. (1993). Belgische Metaalarchitectuur in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

La Información (1916, 16 de noviembre). Importantes vecinos de San Vicente se manifiestan descontentos por la torcida marcha de algunos de sus asuntos locales.

Mora, J. (2016, 4 de abril). Iglesia de San Gabriel requiere urgente arreglo. El Jornal.

Parroquía de Grecia (s.f.) http://lasmercedesgrecia.es.tl/Nuestra-Historia-.--.--.-.htm

Possemiers, J. (1993). De Belgische handel en scheepvaart op Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

Sicultura (s.f./z.d.). Teatro Nacional de Costa Rica. https://adminsi.cultura.cr/infraestructura/teatro-nacional-de-costa-rica

SINABI.GO.CR. (s.f./z.d.). Chavarría Mora, Nicolás. https://www.sinabi.go.cr/DiccionarioBiograficoDetail/biografia/374

SINABI.GO.CR. (s.f./z.d.). Jiménez Bonnefil, Lesmes. https://www.sinabi.go.cr/diccionariobiografico/biografias/376.html

Van Beeck, G. (1993). Belgische Architecten en Bouwwerken in Latijns-Amerika. In/En R. Bleys & E. Stols (Reds./Eds.), Vlaanderen en Latijns-Amerika, 500 jaar confrontatie en métissage (pp. 337-352). Mercatorfonds.

No hay comentarios.:

Publicar un comentario