martes, 28 de julio de 2020

Belgen en Costa Ricanen bij de geallieerde marine en handelsvloot - Belgas y costarricenses en la flota naval y comercial aliada


België en Costa Rica tijdens Wereldoorlog 2 deel 18

Na de capitulatie van België vertrokken ongeveer 1400 mannen van de Belgische vissersvloot naar Engeland. Een groot aantal officieren, onderofficieren en matrozen traden in dienst van de Royal Navy of van de Belgische sectie van de Royal Navy, opgericht op 3 april 1941. Deze sectie bevatte twee korvetten (de Buttercup en de Godetia), enkele mijnenvegers en patrouillevaartuigen. In totaal zijn van deze sectie 20 Belgen om het leven komen. De meeste doden vielen echter bij de koopvaardij waar in totaal 587 Belgen sneuvelden. Eén van de oorzaken was dat de koopvaardijschepen in het begin van de Tweede Wereldoorlog heel slecht bewapend waren en nog niet geëscorteerd werden door hulpkruisers. Zodoende werden in 1940 ongeveer 563 geallieerde schepen gekelderd door Duitse onderzeeërs waarvan 8 Belgische: De “Sigurd Faulbaum” (23 mei 1940), de “ Ville de Namur” (19 juni 1940, vijftien doden), de “Luxembourg” (21 juni 1940, vijf doden), de “Ville de Gand” (19 augustus 1940, veertien doden), de “Ville de Hasselt” (31 augustus 1940), de “Ville de Mons” (2 september 1940), de “Ville d’Arlon” (2 december 1940, zesenvijftig doden) en de “Macedonier” (12 december 1940, vier doden). Ook werden in die periode nog twee schepen gekelderd door Italiaanse onderzeeërs : de “Kabalo” (15 oktober 1940) en de “Portugal” (20 januari 1941, 23 doden).
Luxembourg/Luxemburgo (Photo courtesy of Staatsarchiv Bremen) 
Macedonier (foto:https://uboat.net) 
Ville d'Arlon (foto:https://uboat.net) 
Ville de Gand onder de vroegere naam American Importer/Ville de Gand bajo el nombre anterior American Importer (Photo courtesy of the Allen Collection)

Ongeveer 25 Costa Ricanen waren actief bij de Amerikaanse Marine, waarvan 3 het niet overleefden. Over hen zijn maar weinig gegevens bekend.
Hernán Leytón Rojas (wiens moeder Angela Rojas afkomstig was van Orotina) was 24 jaar toen hij sneuvelde, in de buurt van Japan, als artillerist bij de Amerikaanse Marine.
Over de dood van Manuel Coto Fallas (afkomstig van Cartago) en Gonzalo Herrera (afkomstig van Heredia) bestaat veel onduidelijkheid. Beiden zouden omgekomen zijn op 1 of 20 april 1942 tijdens het zinken van de “Wasp”, dicht bij de Aleut-eilanden, samen met 15 Noord Amerikanen, en dit na een gevecht met Japanse zelfmoordpiloten. Zo beweerde althans een andere Costa Ricaan, Antonio Willey Morales, die het zinkende schip overleefde.   De “Wasp” is echter maar op 15 september 1942 gezonken, in de Koraalzee, na een aanval van een Japanse duikboot met bijna 200 doden als gevolg. Het blijft dus onduidelijk waar, wanneer en in welke omstandigheden beide Costa Ricanen overleden zijn. 
Bij de handelsvloot waren een tiental Costa Ricanen actief waaronder :
Roberto Mora Umaña, zoon van Nicomedes Mora en Digna Umaña, werd geboren op 25 April 1910 in San Isidro de Coronado. Op 7 mei 1942 werd zijn schip getorpedeerd. Hij nam deel aan de redding van schipbreukelingen en kwam 12 keer in contact met Duitse duikboten.
Frank Dent Fernández (broer van de op 6 november 1944 gesneuvelde Willy) vertrok in 1941 naar Canada. Gedurende zijn 3 jaar en 6 maanden  durende dienst in de Handelsvloot werden 3 van de schepen waarop hij voer getorpedeerd.  Elke keer had hij het geluk gered te worden.
Roberto Eladio Pacheco deed zijn eerste tochten met de handelsvloot naar de Aleut-eilanden. Daarna was hij in Hawaï en andere eilanden van de Pacific. In september 1943 werd de boot waarmee hij voer, gevuld met een lading munitie en voedsel voor het leger, getorpedeerd. Toen zijn cabinedeur werd belemmerd door een balk, kon de jonge Pacheco zijn leven redden dankzij de hulp van een metgezel die zijn geschreeuw hoorde, toen de boot op het punt stond om te zinken. In een kleine reddingsboot dreef hij drie dagen met verschillende metgezellen. Uitgeput door honger en dorst werden ze gered door een ander schip dat hen toevallig zag.
                     Manuel Coto Fallas                   Antonio Willey Morales


Bélgica y Costa Rica durante la Segunda Guerra Mundial, parte 18

Después de la capitulación de Bélgica, aproximadamente 1,400 hombres de la flota pesquera belga se fueron a Inglaterra. Un gran número de oficiales, suboficiales y marineros ingresaron al servicio de la Royal Navy o de la sección belga de la Royal Navy, fundada el 3 de abril de 1941. Esta sección contenía dos corbetas; es decir dos barcos de guerra ligeros (Buttercup y Godetia), algunos buscaminas y buques patrulleros. Un total de 20 belgas han muerto en esta sección. Sin embargo, la mayoría de las muertes ocurrieron en la marina mercante, donde murieron un total de 587 belgas. Una de las causas fue que los buques mercantes estaban muy mal armados al comienzo de la Segunda Guerra Mundial y aún no estaban escoltados por cruceros auxiliares. Así que, en 1940, unos 563 barcos aliados fueron hundidos por submarinos alemanes, de los cuales 8 belgas: el "Sigurd Faulbaum" (23 de mayo de 1940), la "Ville de Namur" (19 de junio de 1940, con quince fallecidos), el "Luxemburgo" (21 de junio de 1940 , cinco fallecidos), la "Ville de Gand" (19 de agosto de 1940, catorce fallecidos), la "Ville de Hasselt" (31 de agosto de 1940), la "Ville de Mons" (2 de setiembre de 1940), la "Ville d'Arlon (2 de diciembre de 1940, cincuenta y seis fallecidos) y el "Macedonier" (12 de diciembre de 1940, cuatro fallecidos). Dos barcos también fueron hundidos durante ese período por submarinos italianos: el "Kabalo" (15 de octubre de 1940) y el "Portugal" (20 de enero de 1941, 23 fallecidos).
Cerca de 25 costarricenses estaban activos en la Marina de los Estados Unidos, 3 de los cuales no sobrevivieron. Se conoce poca información sobre ellos.
Hernan Leyton Rojas (cuya madre fue Angela Rojas era de Orotina) tenía 24 años cuando murió, cerca de Japón, como artillero en la Marina de los Estados Unidos.
Existe mucha incertidumbre sobre las muertes de Manuel Coto Fallas (de Cartago) y Gonzalo Herrera (de Heredia). Se dice que ambos fallecieron el 1 o el 20 de abril de 1942 durante el hundimiento del "Wasp", cerca de las Islas Aleutas, junto con 15 norteamericanos, después de una batalla con pilotos suicidas japoneses. Al menos otro costarricense, Antonio Willey Morales, afirmó haber sobrevivido al barco que se hundía. Sin embargo, el "Wasp" se hundió solo el 15 de setiembre de 1942, en el Mar del Coral, después de un ataque de un submarino japonés que causó casi 200 muertes. Por lo tanto, no está claro dónde, cuándo y en qué circunstancias murieron ambos costarricenses.
Diez costarricenses estuvieron activos en la flota comercial, incluyendo:
Roberto Mora Umaña, hijo de Nicomedes Mora y Digna Umaña,  quien nació el 25 de abril de 1910 en San Isidro de Coronado. Su nave fue torpedeada el 7 de mayo de 1942. Participó en el rescate de naufragios y entró en contacto con submarinos alemanes 12 veces.
Frank Dent Fernández (hermano de Willy Dent Fernández quien murió el 6 de noviembre de 1944) se fue a Canadá en 1941. Durante su servicio de 3 años y 6 meses en la Flota Comercial, 3 de los barcos en los que navegó fueron torpedeados. Cada vez tuvo la suerte de ser salvado.
Roberto Eladio Pacheco hizo sus primeros viajes con la flota mercante a las Islas Aleutas. Después de eso estuvo en Hawai y otras islas del Pacífico. En setiembre de 1943, mientras llevaba un cargamento de municiones y alimentos para el Ejército, su barco fue torpedeado. Fue obstruida la puerta de su camarote por una viga, el joven Pacheco salvó su vida gracias al auxilio que le prestaría un compañero que oyó sus gritos, cuando ya el barco estaba a punto de irse a pique. En un pequeño bote salvavida navegó a la deriva durante tres dias con varios compañeros. Extenuados por el hambre y la sed, fueron rescatados por otro barco que providencialmente los divisó.
Frank Dent Fernández 
              Roberto Mora Umaña                   Roberto Eladio Pacheco

Bronnen/Fuentes/Sources:
Homenaje a los combatientes costarricenses en la Segunda Guerra Mundial
De Belgen in Engeland 40/45 : de Belgische strijdkrachten in Groot-Brittannië tijdend WOII, Frank Decat


Foto’s van de Costa Ricanen komen uit/Fotos de los costarricenses tomado del libro : Homenaje a los combatientes costarricenses en la Segunda Guerra Mundial.

No hay comentarios.:

Publicar un comentario